Het Berberpaard ontstond meer dan 1200 jaar voor Christus in de zogenaamde Maghreb-landen Marokko, Tunesië en Algerije. De nomaden en boeren in deze landen vormden het Berbervolk dat bij hun vele stammenoorlogen gebruik maakten van het Berberpaard. Deze paarden waren wendbaar, snel, moedig en ook loyaal ten opzichte van hun eigenaren. Daardoor waren ze een volwaardig lid van de familie. Zo werden ze bijvoorbeeld niet in stallen gehouden, maar stonden ze aan een touw in het midden van het tentenkamp van de nomaden. Een bijzonder sterke band ontstond vaak tussen de mens en zijn paarden. Als een merrie bevallen moest bijvoorbeeld, werd ze in de tent gezet bij de vrouwen, en na de bevalling gaf één van de vrouwen uit haar handen het veulen melk van de merrie te drinken.

Het fokken van het Berberpaard gebeurde onder strikte regels. Hengsten mochten pas op latere leeftijd fungeren als dekhengst. Wanneer de eerste veulens geboren waren, werden deze nauwkeurig bekeken op karakter en eigenschappen. Als de hengst op een of andere manier niet zijn eigen positieve kenmerken had doorgegeven aan de veulens, dan werd de hengst gelijk uit de dekdienst gehaald. Hierdoor heeft het Berber ras zijn goede kenmerken ontwikkeld en tot op heden behouden.

De Berber-Arabier

Tijdens oorlogen met de Arabieren rond 700 jaar na Christus. werden de paarden die zij meebrachten gekruist met de paarden van de Berberstammen. Dit nieuwe ras, genaamd Berber-Arabier, verenigde de beste eigenschappen van beide rassen. Van de Arabische paarden kreeg zij de elegantie, van het Berberpaard de robuustheid. Al gauw oversteeg de populariteit van dit nieuwe ras dat van de pure Berber. Vandaag de dag is het aantal Berber-Arabieren vele malen groter dan het aantal zuivere Berberpaarden.

Verspreiding over de wereld

De overheersing van de Arabieren verspreidde zich al snel met de inval van de Moren in Spanje in de achtste eeuw. Natuurlijk kwamen ze te paard en nadat ze zich in Spanje vestigden ontstonden er lokale rassen met Berber invloeden, zoals bijvoorbeeld de Andalusiër. Deze met Berberbloed gefokte Spaanse paarden werden op hun beurt weer meegenomen naar de Zuidamerikaanse landen die door de Spanjaarden rond 1500 werden veroverd. Hierdoor hebben ook Zuidamerikaanse paardenrassen veel van de Berber kenmerken. De paarden van de Spaanse Conquistadores lieten ook hun sporen achter in Noordamerikaanse rassen zoals de Mustangs.

Ook de Engelse renpaarden die op dit moment nog steeds gebruikt worden in paardenraces hebben Berbers bloed: niet alleen werden in de vroege middeleeuwen (12e eeuw) al Berbers op verzoek van het koningshuis verscheept naar Engeland, in 1662 was de Marokkaanse Berberhengst Godolphin Barb – eigendom van Karel II – een groot succes voor het fokken van renpaarden. Zijn veulens erfden een enorme snelheid, moed en een extreem goed uithoudingsvermogen. De huidige Engelse volbloeds hebben veel te danken aan deze historie.

Ook in Frankrijk zijn rassen als De Limousin en de Camarque gekruist met de Berber om meer snelheid te krijgen. Een eervolle vermelding in de Franse geschiedenis gaat naar Marengo, de Berber-Arabier van Napoleon. Oorspronkelijk uit Egypte, dit paard begeleidde Napoleon op zijn vele veldslagen. Na de nederlaag in Waterloo werd hij naar Engeland gebracht waar hij stierf op 38-jarige leeftijd – met de littekens van zijn rijke geschiedenis duidelijk zichtbaar.